Sportpark Schoonenberg – Historie

In 1946, na het einde van de Tweede Wereldoorlog, ging de gemeente Velsen over tot aankoop van de buitenplaats Schoonenberg, waarbij het direct in de bedoeling lag om de bijbehorende gronden te gaan benutten voor sportbeoefening. In het gemeenteblad van 29 oktober 1946 wordt gesproken over ‘de noodzaak van het aanleggen van sportvelden en een eenvoudige accommodatie’.


De geschiedenis van het landgoed Schoonenberg gaat terug naar de 17e eeuw. Een zekere Johan Verloo is, voor zover nu bekend, de eerste bewoner van het landgoed in Driehuis, op de grens van Velsen. In 1827 gaat het landhuis tegen de vlakte. Op bijna dezelfde plek verrijst nieuwbouw, nu Driehuizerkerkweg 2. De eigenaar is dan Baron F.W.C.H. van Tuyll van Serooskerken. Hij laat in 1891 het statige onderkomen verbouwen en uitbreiden tot een chaletachtig landhuis met gesneden daklijsten. Niet lang daarna koopt P. de Vries, tabakshandelaar in Amsterdam, het landgoed, inclusief het koetshuis, de dienstwoning en villa Kriemhilda. Blijkens het telefoonboek van 1915 heeft in IJmuiden (Rijkstelefoonkantoor) telefoonaansluiting nummer 199: Vries, W.P. de, Huize Schoonenberg, Driehuizen.


Op 27 maart 1948 was het zover, het Gemeentelijk Sportpark Schoonenberg werd officieel geopend met een wedstrijd tussen VSV en Stormvogels. Het duel tussen de nieuwe bewoners werd afgetrapt door burgemeester Kwint. Stormvogels won de wedstrijd met 2-1 door doelpunten van Jan Luppens en Co van Opbergen, terwijl voor VSV Gerrit van der Lugt het net liet bollen. Het wedstrijdaffiche geeft een mooi tijdsbeeld; volwassenen betaalden een gulden, terwijl de ‘jongens’ tot veertien jaar voor het bekende kwartje binnen stonden.

Op deze eerste dag was de nieuwe staantribune aan de Oost-zijde reeds klaar voor gebruik. De staantribunes achter beide doelen waren nog in aanbouw en ook de houten zittribune aan de West-zijde moest nog gebouwd worden. Sportpark Schoonenberg was oorspronlijk gepland met een sintelbaan, maar hier werd uiteindelijk van afgezien. Bij gebrek aan hout en staal na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd de eerder al gewenste overkapping van de zittribune pas in 1954 uitgevoerd.



In 1963 wordt de Minister van Houtenlaan aangelegd, langs de West-zijde van het stadion. Het succes van Telstar in haar eerste jaar leidt tot veel toeloop en in 1964 wordt daarom aan de overzijde van deze nieuwe rijweg het bekende grote parkeerterrein uit de grond gestampt.

In het succesjaar 1975 krijgt de dan nog staantribune op Oost een volledige overkapping, waarna er in 1981 stadionlampen in het stadion worden geinstalleerd. Deze leiden in eerste instantie tot klachten van de scheepvaart op het Noordzeekanaal. Door achterstallig onderhoud en verscherpte regelgeving worden de betonnen staantribunes achter de doelen in de loop van de jaren negentig voorgoed gesloten. In 1999 wordt de staantribune op Oost omgebouwd tot een zittribune.

In 2009 verschijnt er een compleet nieuwe hoofdtribune aan de West-zijde, waar de oude houten zittribune van eind jaren veertig plaats heeft moeten maken. De bijgebouwen aan de West-zijde gaan ook plat, enkel het Pavljoen en een voormalig schuurtje blijven overeind. Een jaar later wordt er op de Zuid-zijde een kleine staantribune toegevoegd aan het stadion en in 2012 wordt er een mediacabine geplaatst op de tribune aan de Oost-zijde.

In 2019 laat Telstar zonnepanelen op de daken van de Oost- en de West-tribune plaatsen en presenteert zij haar plannen voor verdere ontwikkeling van het stadion in de periode 2020-2026. De intentie is om in eerste instantie achter de tribune aan de Oost-zijde een verhoogde promenade te creeren, met daarop verkoop- en servicepunten en eronder een nieuw supportershome. Plannen voor de langere termijn behulsen zittribunes met faciliteiten aan de Zuid-zijde en de Noord-zijde, uitbreiding van de faciliteiten in en rondom de hoofdtribune en het vervangen van kunstgras door natuurgras.

Concept tekening van Sportpark Schoonenberg horend bij de plannen 2020-2026